Strandpaviljoen De Dikke Zeehond in recordtempo open

‘Dag en nacht gewerkt om alles rond te krijgen’

Eind april kregen Evert en Kimberly Monsma de vraag of ze interesse hadden een strandpaviljoen in De Koog over te nemen.

Vijf weken later was alles rond en nóg twee weken later ging De Dikke Zeehond open.

‘We komen allebei uit de horeca. Evert heeft hiervoor tien jaar in het paviljoen van zijn moeder en broer bij Paal 21 gewerkt. Hij was daar bedrijfsleider. Ik heb daar zelf ook gewerkt. Bij Paal 21 hebben wij elkaar leren kennen’, vertelt Kimberly, die oorspronkelijk uit Duitsland komt.

Hoewel ze hun werk er altijd met veel plezier hebben gedaan, werd het verlangen om voor zichzelf te beginnen steeds sterker. ‘Je krijgt je eigen ideeën. Evert en ik denken over veel hetzelfde. En dat was vaak net even anders dan zijn moeder en broer.’ Evert: ‘Voor mij was vooral belangrijk dat ik niet alles meer wilde overleggen. Het is ook wel eens leuk om iets helemaal zelf te kunnen beslissen.’

Interesse?

Eind april werden ze benaderd door Koen Witte, eigenaar van het meest noordelijke strandpaviljoen bij paal 20, die zijn bezit te koop aanbood. Kimberly: ‘We kennen elkaar al jaren. Koen is de beste vriend van een goede vriend van Evert. Hij had gehoord dat we misschien interesse hadden. De lijntjes op Texel zijn natuurlijk kort. Het was fijn dat hij ons als eerste de kans bood. Als het paviljoen in de openbare verkoop was gekomen, hadden we te maken gekregen met andere partijen, die misschien veel sneller hadden kunnen schakelen.’

Evert: ‘Wij hadden geen geld. Dus voor ons was het erg lastig. Irisabella Bakker, onze boekhouder, adviseerde ons Maarten-Jeroen den Boer van MB Adviesgroep te benaderen. Maarten-Jeroen krijgt het sowieso voor elkaar, zei ze. Als hij zegt dat het kan, dan kan het. En kan het niet, dan zegt hij dat ook.’ Lachend: ‘Als je je tot je strot in de schulden steekt, moet het wel reëel zijn. Je moet er geen slapeloze nachten aan overhouden. Maar wij hebben er alle vertrouwen in.’

Voortvarend te werk

Maarten-Jeroen ging voortvarend te werk. Als aankoopmakelaar, maar ook bij het zoeken naar financiering. Evert: ‘Wij zijn daar helemaal niet in thuis. Ook niet in rechtsvormen en dat soort zaken. Je kunt niet alles weten, bovendien hebben we er geen tijd voor. Maar dat geeft niet. Daarvoor hebben we Maarten-Jeroen.’

Kimberly is vol lof. ‘Hij was altijd bereikbaar. Op zaterdag, zondag, tijdens een korte vakantie of om elf uur ’s avonds, dat maakte niet uit. Wanneer we een appje stuurden, kregen we gelijk reactie. Dat mag je misschien verwachten, want hij is niet goedkoop. Maar hij heeft het echt helemaal waargemaakt.’ Evert: ‘Na de aankoop kwamen we wat verborgen gebreken aan het paviljoen tegen. Dat was vervelend en zo hoort het natuurlijk ook niet. Maarten-Jeroen heeft bemiddeld en geholpen dat op te lossen. Hij bleef betrokken totdat alles was afgerond. We hebben nu besloten onze financiën onder te brengen bij Rekenmaatje van Astrid van der Vis, de partner van Maarten-Jeroen. Zij weet van de hoed en de rand. Die korte lijntjes zijn handig. ‘

Snelheid

Veel waardering hebben ze ook voor de snelheid waarmee is gewerkt. Evert: ‘Dat geldt voor Maarten-Jeroen en zijn medewerkers, maar ook voor Jarne Spit van Rabobank. Voor ons was het belangrijk dat we zo snel mogelijk open konden. In de zomer moet je het geld verdienen, in de winter is het op het strand te rustig. Zonder die inkomsten was het heel lastig voor ons geworden. Maarten-Jeroen en Jarne begrijpen dat. Ze hebben dag en nacht gewerkt om alles rond te krijgen.’

Na de overdracht moesten Evert en Kimberly zelf hard aan de slag om open te kunnen. Evert: ‘Idee was alleen wat cosmetische aanpassingen te doen. Het paviljoen bestaat uit acht containers en een aangebouwde serre. We hebben het betimmerd met hout, waardoor het nu één geheel is. Ook hebben we een nieuwe bar en de keuken is opgeknapt. Alles is nu van RVS en trespa, waardoor het goed schoon te houden is. De fundering was al nieuw, maar tijdens de werkzaamheden kwamen we erachter dat er ook aan de elektriciteitsbedradingen en de waterleiding hoognodig iets moest worden gedaan. Uitstellen kon eigenlijk niet. We hadden één week willen verbouwen, maar het werden er daardoor twee.’

Op het installatiewerk na hebben ze alles zelf gedaan. Kimberly: ‘Gelukkig hadden we veel hulp van de hele familie. Everts vader en een vriend hebben het hele paviljoen betimmerd.’ Evert: ‘Mijn moeder vond het jammer dat we weggingen bij Paal 21, maar ook zij heeft ons geholpen.’

‘Het hoeft niet zo luxe’

Gevraagd naar hun plannen, raken ze niet snel uitgepraat. Evert: ‘Ik heb altijd op het strand gewerkt. Eerst bij Paal 9, daarna bij Paal 17, een tijdje bij Kaap Noord en de laatste tien jaar bij Paal 21. Het strand is mijn leven. Ons paviljoen wordt een mengelmoes van allemaal. Daarbij richten we ons vooral op gezinnen met kinderen.’

Kimberly: ‘Alles op Texel wordt steeds culinairder. De strandpaviljoens, maar ook de restaurants in de Dorpsstraat in De Koog. Iedereen serveert tegenwoordig oesters. Leuk, wij zitten er zelf ook graag. Maar van de gasten op het eiland wil tachtig procent toch gewoon een hamburgertje eten. En voor de kinderen een pannenkoek. Het hoeft niet allemaal zo luxe. Bij ons kun je na een middag op het strand ook gewoon gelijk binnenstappen, zonder dat je eerst naar je appartement moet om je netjes aan te kleden. Daarnaast hebben we natuurlijk een mooi, groot terras, met een prachtig uitzicht op zee.’

Ook met de naam van hun paviljoen, De Dikke Zeehond, willen ze een losse en gemoedelijke sfeer uitstralen. Kimberly: ‘Acht jaar geleden liepen we door Scheveningen en zagen The Fat Mermaid, De Dikke Zeemeermin. Ik zei tegen Evert: Als je je paviljoen die naam geeft, ben je gewoon cool. Nu waren we zelf op zoek. We wilden niet iets met een cijfer. Je hoort toch al vaak: Bij paal 20, welke van de twee paviljoens bedoel je? We wilden gewoon een Nederlandse naam, die ook Duitsers goed kunnen uitspreken. Over Dikke waren we het snel eens. Dik staat voor gezelligheid. Evert vond ook dat er een Texels element in moest zitten. Vandaar De Dikke Zeehond. Een leuke en gezellige naam, vinden wij.’

Paviljoen, winkel en dochter

De komende drie jaar worden ‘heftig’, verwachten ze. Evert: ‘We gaan nu eerst drie maanden hard werken om iedereen gastvrij te ontvangen en hopelijk wat geld te verdienen. Dat moet wel lukken op zo’n toplocatie. Als het hier niet lukt, lukt het nergens. Eind september kijken we verder. Volgens het bestemmingsplan mogen we het hele jaar open zijn. Alleen is het paviljoen daar nog niet geschikt voor. We moeten goed isoleren, anders worden de stookkosten veel te hoog.’

Daarbij komt dat Kimberly vorig jaar aan de Nikadel in De Koog haar Eilandbaby Kids Store heeft geopend, een winkel met handgemaakte kleding en speelgoed voor kinderen. Bovendien hebben ze een dochter van drieënhalf, die ook alle aandacht verdient. Kimberly: ‘We hebben besloten dat elke avond sowieso één van ons thuis is voor haar. Dus dat wordt een kwestie van goed organiseren. Overdag gaat ze graag naar de opvang, maar ze vindt het ook leuk mee te gaan naar het paviljoen. Ik ga papa en mama helpen, zegt ze dan. ‘ Evert: ‘Ons kindje is het belangrijkste van alles. Daar bouwen we de rest van ons leven omheen.’